Stallen

In dezelfde periode als de schuur, eind 18de eeuw, zijn de stallen opgetrokken, waarbij tenminste deels gebruik is gemaakt van bestaande gebouwen uitgevoerd in vakwerk. De paarden en de varkens werden tot na de Tweede Wereldoorlog in de zuidvleugel gestald en de koeienstal was in de westvleugel gevestigd. De kippen bevonden zich op de verdieping boven de koeienstal, waardoor rovers zoals vossen en marters er minder eenvoudig bij konden. De kippenstal was een bestaand bouwdeel dat geïntegreerd was in de koeienstal. De koeienstal werd in de late negentiende eeuw aanzienlijk verbreed naar de westzijde, waarbij de bestaande spanten eenzijdig zijn uitgebreid ten behoeve van het nieuwe slepende dak. Na deze uitbreiding raakte de remise — die zich in deze stalvleugel bevond en die vermoedelijk als doorrijpoort heeft gefungeerd — buiten gebruik.

De fraaie poort op de binnenplaats bleef bestaan en droeg bij aan de esthetische geleding van het exterieur. De openingen naar de binnenplaats bestaan uit fraaie hardstenen stijlen onder een gemetselde rondboogopening, ten behoeve van ventilatie. Om onheil te weren bevond zich bovendien boven enkele deuropeningen een geschilderd afweerkruis op de latei. Ook de stenen gevel van de varkens- en paardenstallen, die de voormalige vakwerkgevel vanaf 1772 verving, bevatte deze openingen.

 
Een historisch monument waar heden en verleden samenkomen.